De wijk Kattenbosch in Rosmalen kenmerkt zich door huizen als ‘blokkendozen’ met verschillende hoogtes, varianten en kleuren. Eenmaal binnen een woning krijgt dat beeld meerdere dimensies. Geen twee zijn hetzelfde. De woningen zijn allemaal ruim, licht en creatief ingedeeld. De buitenruimtes zijn groen, speels en de bewoners divers, sociaal en eigenzinnig. Welkom in de Kattenbosch!

Het ontstaan
Het is 1968 als architect Frans van Dillen en opbouwwerker Karel Richel met de gedachte rondlopen woningen te bouwen naar de wensen van de bewoners zelf. Vanuit dit basisidee werd in 1970 de Stichting Bouwgemeenschap opgericht.

Stichting Bouwgemeenschap
Deze Stichting Bouwgemeenschap stelde zich ten doel daadwerkelijk ‘woningen op maat’ te bouwen. In een uitgebreide enquête onder de deelnemers (destijds 20 mensen) werd een inventarisatie gemaakt van ieders individuele woonwensen. Met deze wensen ging de Stichting aan de slag.

Er werd besloten om niet alleen voor alle deelnemers een eigen huis, maar ook een gezamenlijke eigen wijk vorm te geven.

Bouwen naar eigen wens is over het algemeen erg kostbaar. Door samen te bouwen moest het mogelijk zijn ieders individuele woonwensen met relatief weinig geld te realiseren. De voorkeur ging uit naar een bouwlocatie in de omgeving van Den Bosch. Er werd gezocht naar een gemeente die niet al te behoudend omsprong met de bouwvoorschriften. In het plan ‘de Hondsberg’ in Rosmalen werd de geschikte locatie gevonden.

Bouw van de Kattenbosch
Architect Van Dillen werd ingeschakeld voor het bouwplan. Hij ontwierp, vanuit zijn persoonlijke visie en vanuit de wensen van de toekomstige bewoners, een complete woonwijk. Zijn uitgangspunt:

“Ieder mens is een uniek wezen met een eigen unieke manier van leven. Vormgeving is op de eerste plaats vormgeven van het eigen leven. Wonen is daarin een primair onderdeel. Vandaar het belang van de eigen keuze. Iedere bewoner moet zelf kunnen beslissen over de indeling en de grootte van zijn of haar woning. Hetzelfde geldt voor de directe woonomgeving.“

De bewoners bepaalden dan ook samen hoe zij de woonomgeving inrichtten. Uit een enquête bleek bijvoorbeeld, dat maar een derde deel van de bewoners er behoefte aan had de auto direct voor de deur te kunnen parkeren. Daarom kreeg een derde deel van de woningen een garage. De overgrote meerderheid vond dat auto’s de wijk niet mochten domineren. Veel belangrijker vond men dat kinderen overal in de wijk naar hartenlust moesten kunnen spelen.

Het ontwerp
Architectonisch heeft Van Dillen gestreefd naar een strakke totaalordening. Naar zijn idee ontstond binnen deze sterk bindende, strakke basisdiscipline een optimale vrijheid tot het bouwen van afwijkende woningen. De bewoners maakten vanaf het begin driftig gebruik van die vrijheid. Van de drie ontworpen basistypen woningen is er niet één daadwerkelijk zo gebouwd. Iedere bewoner koos voor een eigen variatie op de grondvorm, met name binnenshuis. Daardoor is een wijk ontstaan met een zeer divers karakter. Door de onderlinge afstemming van uitbreidingen en kleur- en materiaalkeuzes is er toch geen chaos ontstaan. De wijk vorm een eenheid en heeft een duidelijk eigen gezicht.

Het bouwplan werd in fasen uitgevoerd. In april 1973 startte de bouw van de eerste fase. In september 1976 werden de laatste huizen uit de vierde en laatste fase opgeleverd.

Wijkindeling
Van Dillen ontwierp een plan waarin het voetgangersgebied als centrale ader door de wijk loopt. Alle huizen zijn om ‘het straatje’ gegroepeerd. Omdat de directe omgeving in het verlengde van een woning ligt en even belangrijk is als de woning zelf, werd gekozen voor een woonomgeving met een intiem karakter. De woningen werden geschakeld gebouwd, zodat veel ruimte overbleef voor gezamenlijk groen. Het openbaar groen is zo weinig mogelijk versnipperd. Daardoor ontstonden grote groene ruimtes in de wijk met een parkachtig karakter, zoals bijvoorbeeld het grasveld aan de zuidzijde.

Materialen en kleuren
Bij de bouw van de Kattenbosch werd gekozen voor een combinatie van grijze B2-blokken en bruin gebeitst houtwerk. De eenheid die daardoor ontstond werd afgewisseld met de kleuren die individuele bewoners aanbrachten. Dat kon bijvoorbeeld een rood balkonhek zijn, of felgele deurstijlen. Het was de bedoeling van de architect de bewoners alle vrijheid te bieden, maar wel binnen de eenheid van de architectonische grondstructuren te blijven. Op grond daarvan besloot een aantal Kattenbosschers na het ‘bruin-tijdperk’ hun huizen in grijstinten te schilderen, maar dan wel zó dat de gekozen kleuren pasten in het bestaande geheel. Na kleuradviezen kwam men tot de vier RAL-nummers 7021, 7022, 7030 en 7039. Verschillende huizen zijn in deze RAL-kleuren geschilderd. Diverse huizen zijn daarna ook in zelfgekozen, afwijkende kleuren geverfd.

De Boerderij
Bij de aankoop van het bouwterrein aan de Hondsberg bleek de oude boerderij die er nog stond een flink voordeel. De banken waren namelijk bereid een fikse hypotheek op het gebouw te verlenen. De Stichting kocht dan ook het hele bouwterrein plus de boerderij. Toen de huizen eenmaal gebouwd werden, bleek de boerderij een obstakel. Het was een bouwvallig geheel. Renovatie was veel te duur en afbreken mocht niet omdat er een hypotheek op het gebouw rustte.

De gemeente stelde subsidie voor een renovatie ter beschikking. Op 2 april 1978 werd ‘De Boerderij’ als multifunctionele ruimte opengesteld voor de gehele Hondsberg.