
1. Stoofpeer
De stoofpeer: Gieser Wildeman.
Botanisch gezien behoren de peer en de stoofpeer tot dezelfde plantensoort en dragen dezelfde Latijnse naam, namelijk: Pyrus communis; Pyrus betekent ‘perenboom’ en communis betekent ‘gewoon’ of ‘algemeen’.
De stoofpeer is een specifieke cultuurvariant; er zijn honderden stoofperenrassen. In de praktijk wordt de specifieke naam van de stoofpeer er tussen haakjes achter gezet, zoals bij deze perenboom, die luistert naar de naam ‘Gieser Wildeman’. Gekweekt door de heer Wildeman en rond 1850 commercieel op de markt gebracht door boomkweker Gieser.
De wilde voorouders van de perenboom komen waarschijnlijk uit Centraal Azië, maar helemaal vast staat dat niet. Al in de 9e eeuw voor Christus schreef de Griekse dichter Homerus over deze vruchten. Homerus beschrijft de peer als ‘een gift van de goden’. Ook in de Romeinse geschriften is de stoofpeer terug te vinden. Rond de 16e eeuw kwamen deze bomen via Frankrijk en Italië Europa binnen.
De perenboom is verre familie van de roos, maar ook van de appel- en kersenboom.
De stoofperenboom is een sterke, bladverliezende fruitboom met een min of meer opgaande, grillige groeiwijze met stevige takken die een karakteristiek silhouet vormen. De kroon groeit vaak meer in de hoogte dan in de breedte.
De bladeren zijn glanzend donkergroen en hebben bij de ‘Gieser Wildeman’ een uniek golvende rand. In de herfst verkleurt het blad naar prachtige rood- en geeltinten.
De boom staat graag in de zon en houdt niet van natte voeten.
De peer groeit uit een bevruchte bloem….. eerst met de dikke kant naar boven, maar door het toenemende gewicht kantelt deze geleidelijk naar onderen. Een aantal stoofperenrassen zijn zelf bestuivend, anderen niet, zoals deze ‘Gieser Wildeman’. Kruisbestuiving met een ander perenras is dan noodzakelijk en levert sowieso, ook aan zelf bestuivers, een vollere en betere oogst op.
De pluk is eind september tot half oktober en de peren zijn uitstekende bewaarkampioenen. De vrucht is erg hard vandaar dat deze altijd wordt gekookt, waarbij de kleur verandert; meestal rood.
De stoofperenboom levert een enorme bijdrage aan de lokale biodiversiteit. Hij fungeert als een compleet ecosysteem dat voedsel, beschutting en interactie biedt voor vogels, insecten, zoogdieren en andere bomen.

Het valfruit wordt met enthousiasme door merels, zanglijsters, spreeuwen en mezen gegeten. Doordat de boom veel rupsen en insecten trekt, is het voor insectenetende vogels een ware ‘snackbar’ om hun jongen te voeden. In de oudere stoofpeerstammen bieden de ruwe holtes en de schors perfecte schuil- en nestplaatsen. De bomen leveren grote hoeveelheden nectar en stuifmeel voor hommels, bijen, zweefvliegen en vlinders. Egeltjes, muizen en zelfs dassen doen zich graag te goed aan de suikerrijke gevallen peren.
In de klassieke oudheid werd de stoofpeer ingezet als medicijn tegen misselijkheid. In onze tijd is het eten van een (stoof)peertje heilzaam vanwege het hoge vezelgehalte, verschillende belangrijke vitamines en de ontstekingsremmende antioxidanten.
De mythologische en symbolische betekenis van de stoofpeer draait hoofdzakelijk om vrouwelijke vruchtbaarheid, goddelijke overvloed, onvergankelijke liefde en staat symbool voor transformatie en rijpe, duurzame kracht.
2. Moesappel
[Werkzaamheden gaande]
3. Laurier
[Werkzaamheden gaande]
4. Rode Prunus
[Werkzaamheden gaande]
5. Krentenboom
[Werkzaamheden gaande]
6. Plataan
[Werkzaamheden gaande]
7. Ginkgo
[Werkzaamheden gaande]
8. Inlandse Eik
[Werkzaamheden gaande]
9. Populier
[Werkzaamheden gaande]
10. Hulst
[Werkzaamheden gaande]
11. Koningslinde
[Werkzaamheden gaande]
12. Berk
[Werkzaamheden gaande]
13. Rode Esdoorn
Latijnse naam: Acer Rubrum
De Rode Esdoorn behoort tot dezelfde familie en hetzelfde geslacht als de Japanse Esdoorn (Acer Palmatum). Allen behoren tot de zeepboomfamilie, vroeger gewoon de esdoorn familie genoemd.
Het oorspronkelijke groeigebied van de Rode Esdoorn is Noordoost Amerika.
Het gaat hier om een middelgrote, struikachtige sierboom die met name opvalt door zijn rode bloemen en schitterende herfstkleuren. De bladeren zijn handvormig met drie tot vijf scherpe lobben. Het blad is bekend van de Canadese vlag.
Als je naar de zaden kijkt zie je misschien dat ze lijken op propellertjes die in de herfst al ronddraaiend als een helikopter uit de boom vliegen. Hierdoor verspreiden de zaden zich goed.
Met name in Japan zijn tuinarchitecten met verschillende Esdoorns gaan kweken waardoor er nu duizenden kweekvormen bestaan. Verschil in grootte en kleur is dan ook kenmerkend voor de Esdoorn, met name de prachtige kleurschakeringen van het blad in de herfst: van lichtgroen tot oranje/rood en andersom en alles wat daar tussenin zit. Evenals de waaiervormige kroon met een dicht bladerdak, het feit dat ze langzaam groeien en heel oud kunnen worden….. tot wel 500 jaar.
De Esdoorn in het algemeen heeft vrij oppervlakkige wortels en houdt er dus van om flink wat ruimte om zich heen te hebben, zonder concurrenten.
Hoewel de naam anders doet vermoeden, heeft hij geen doorns. Het woord ‘doorn’ betekende vroeger gewoon ‘boom’.
De Esdoorn betekent op meerdere vlakken veel voor de natuur. Zo heeft de boom veel nectar en is daardoor erg aantrekkelijk en nuttig voor hommels en bijen. De sapstroom is groot; het sap kan worden afgetapt door een gaatje tot in het spinthout te maken. Hier wordt al eeuwenlang esdoornsiroop (ahornsiroop) van gemaakt.
Vanwege de dichte takkenstructuur, schuilen en nestelen er graag wat kleinere, insectenetende vogels in, zoals roodborstjes, kool-en pimpelmezen.
De boom is niet giftig maar pas op met je paard, want alleen díe zal erg ziek worden bij het eten van de bladeren.
Het opmerkelijk licht gekleurde hout wordt, naast meubels, in het bijzonder gebruikt voor het maken van muziekinstrumenten.
In de wereld van de mythologie worden bomen gezien als heilige verbindingen tussen hemel, aarde en onderwereld en door onze voorouders vereerd als levende wezens met een eigen geest en krachtige, positieve energie.
De Rode Esdoorn symboliseert vooral liefde, wijsheid, kracht en bescherming.
14. Taxus
[Werkzaamheden gaande]
15. Amerikaanse Eik
[Werkzaamheden gaande]
16. Mirabellenboom
[Werkzaamheden gaande]
17. Gewone Vogelkers
[Werkzaamheden gaande]
18. Amerikaanse Vogelkers
[Werkzaamheden gaande]
19. Es (met spechtholen)
[Werkzaamheden gaande]
20. Els
[Werkzaamheden gaande]
21. Meidoorn
[Werkzaamheden gaande]
22. Zwarte Noot
[Werkzaamheden gaande]
23. Paardenkastanje
[Werkzaamheden gaande]
24. Turkse Eik
[Werkzaamheden gaande]
25. Robinia Acacia
Als we het over de Acacia in Nederland hebben, bedoelen we meestal de Robinia pseudoacacia, oftewel valse Acacia. Botanisch gezien is de echte Acacia een geslacht van bomen en struiken uit warme streken, zoals Afrika en Australië. De Robinia komt oorspronkelijk uit Noord Amerika en werd hier in Europa ongeveer vier eeuwen geleden geïntroduceerd; hij behoort tot de vlinderbloemenfamilie.
Zoals je ziet is de Acacia heel sierlijk en is veel te zien in het Nederlandse straatbeeld. De bladeren van deze boom zijn oneven geveerd met veel kleine, ovale blaadjes en als je goed kijkt zie je aan de takken okselbladdoorns, een soort steunblaadjes van de bladeren. De trossen witte bloemetjes, die een heerlijke geur verspreiden, zien we vaak wat later in het voorjaar en de vroege zomer. De vruchten zijn 5 tot 10 centimeter lange peulen die bij het rijpen donkergrijs worden en die tot laat in de winter aan de boom blijven hangen. Deze bevatten kleine, harde zaden. De stam is goed te herkennen aan de sterk en diep gegroefde schors. Vogels gebruiken deze diepe groeven om noten in vast te zetten zodat ze deze makkelijk kunnen openhakken met hun snavel.
De boom groeit snel, zeker in de beginjaren wel tot een meter per jaar. De maximale leeftijd ligt rond de 200 jaar.
De Acaciaboom is van grote betekenis voor de natuur. Insecten gebruiken de rijke nectar; denk bijvoorbeeld aan de bijen die op de bloemen van de Acacia vliegen en voor de acaciahoning zorgen. Insecten trekken weer vogels en kleine zoogdiertjes aan die de boom tevens als rust- en schuilplaats gebruiken.
In droge gebieden vormt de boom een onmisbare bron van leven, al zijn de zaden en peulen giftig bij opname. Dieren in het wild herkennen dit en laten de giftige delen links liggen; huisdieren en vee hebben hier meer moeite mee en kunnen heel ziek worden als ze van de boom eten.
De Acacia heeft een enorme kiemkracht; vanuit de wortels, die oppervlakkig en in de breedte groeien, komen razendsnel nieuwe boompjes op, waardoor de boom in het wild als invasief wordt beschouwd en bestreden. Tegelijkertijd wordt de boom als leverancier van milieuvriendelijk hout gezien, juist omdat hij zich zo makkelijk verspreidt, snel groeit en de bodem verrijkt. Het hout is hard en duurzaam en wordt veel gebruikt voor het maken van tuinmeubelen, speeltoestellen en sommige muziekinstrumenten, zoals de ouderwetse ukelele.
De mythologische en symbolische betekenis van de Acacia is die van onsterfelijkheid, wederopstanding en onverwoestbaarheid. Vandaar dat een takje van de Acacia vaak wordt gebruikt bij inwijdingen en uitvaartrituelen als teken dat de geest blijft voortbestaan.
26. Tamme Kastanje
[Werkzaamheden gaande]
27. Wilde Kers
[Werkzaamheden gaande]
28. Mispel
De mispel (Mespilus germanica) is een unieke, sterke en zeldzaam voorkomende struik of kleine boom uit de Rozenfamilie. Het is een aangeplante fruitboom met historie en je komt hem tegen in historische tuinen, boomgaarden of kloostertuinen. Dat de mispel nabij de Boerderij van het Kattenbosch groeit, is best bijzonder!
Drieduizend jaar geleden werd de mispel al in de omgeving van de Kaspische Zee (Noord-Iran) aangeplant. De mispel is door de Romeinen verder verspreid. In de Middeleeuwen werd de mispel in Frankrijk en Duitsland aangeplant en in Nederlandse kloostertuinen.
De boom wordt 4 tot 6 meter hoog en de takken groeien in een grillige, warrige structuur. De bladeren zijn ovaal en hebben een korte steel. In het voorjaar zijn de jonge bladeren een beetje behaard. De boom kent een korte bloei, meestal begin mei. De bloemen zijn 3-4 cm., hebben vijf roomwitte kroonbladen en vijf kelkslippen. De kelkslippen blijven na de bloei op de, te ontwikkelen, vrucht. Ze vormen als het ware een kroon op de vrucht.
In het voorjaar trekt de bloesem van de mispel bijen, hommels en vlinders aan. Vogels en zoogdieren zie je zelden van de boom eten.
De harde vruchten zijn niet zomaar te eten. Het is wachten op de eerste nachtvorst waarna de vruchten bruin en beurs worden en zelfs beginnen te rotten (fermenteren). Hoewel het niet smakelijk klinkt, is dít het moment om de zoetige vrucht te verorberen. Het smaakt een beetje naar een overrijpe peer. Veel worden ze niet meer gegeten. De mispel is een typische ‘vergeten vrucht’ die je niet snel in de supermarkt ziet.
Overigens kun je heerlijk gelei maken van mispels. De gelei is onder andere lekker bij vlees, stoofpotten en op een stukje kaas.
De mispel wordt vaak aangehaald in de uitspraak: ‘zo rot als een mispel’. Het betekent ‘helemaal verrot, door en door rot’. In figuurlijke zin heeft het de betekenis ‘ondeugdelijk’ of ‘corrupt’.

Het onaantrekkelijke uiterlijk en de bruine kleur van de vrucht geven aanleiding tot ‘schunnige’ toespelingen.
In het Frans wordt de mispel ‘cul de chien’ genoemd, wat betekent ‘gat van de hond’. Kijk maar eens goed 😉
29. Zilver- of witte abeel
Latijnse naam: Populus alba
Deze sierlijke boom, ook wel Zilverpopulier genoemd, behoort tot de wilgenfamilie. Oorspronkelijk komt hij uit Midden/Zuid Europa en Midden/West Azië en is in de 17e eeuw terecht gekomen in Nederland.
Zijn naam dankt hij aan de opvallend zilverwitte en viltige haartjes (alba betekent ‘wit’) aan de onderkant van de bladeren en op de jonge twijgen. Deze kunnen door de wind zilverachtig oplichten. Populus staat zowel voor populier als voor volk; het woord gepeupel is er aan ontleend en verwijst naar het geroezemoes van stemmen die lijken op het geluid van de bladeren in de wind.
De boom kan een hoogte van 30 meter bereiken en heeft wortels tot 25 meter rondom de stam; de boomschors is opvallend witgrijs met een ruitvormige, zwarte tekening. Je herkent een oudere boom aan een pikzwarte onderkant van de stam.
De bloemen van de Zilverabeel ontluiken in april vóór de bladeren; dit zijn katjes van 4-8 centimeter met kleine grijze haartjes erop. In de ene boom mannelijke katjes en in de andere vrouwelijke. De mannelijke rood en iets groter dan de vrouwelijke, die groen/geel zijn van kleur.
De Zilverabeel groeit snel en neemt veel ruimte in; voelt zich thuis in parken, langs wegen en in kustgebieden , want is goed bestand tegen zeewind en zoute grond. Door zijn snelle groei is het de ideale boom om langzaam groeiende bomen en struiken beschutting te geven.
Deze boom heeft een hoge ecologische waarde voor de lokale natuur. Zo gebruiken vogels (wel 50 soorten), zoals spechten en mezen, de boom om te foerageren of een nest te bouwen in de oudere takken. Bladeren en knoppen zijn een geliefde bron van voedsel voor rupsen, kevers en andere insecten en de bijen gebruiken de hars die om de knoppen zit voor het maken van propolis (beschermende hars in de bijenkast).
De Zilverabeel levert een zachte houtsoort, waar vroeger onze oer-Hollandse klompen van werden gemaakt.
Binnen de natuurgeneeskunde stelt men dat deze boom een pijnstillende en koortsverlagende werking heeft en maakt men wond genezende zalf van de knoppen.
In de mythologie is de Zilverabeel nauw verbonden met de onderwereld en wordt gezien als een grensboom tussen de levenden en de doden.
Symbool van de dualiteit tussen licht en donker, verdriet en verlossing.
30. Walnoot
De Okkernoot heet in de volksmond Walnoot (Juglans regia). Het is een grote, hoge, bladverliezende loofboom die wel 25 meter hoog kan worden. De bomen hebben een stam die (dof)grijs van kleur is. Oudere Okkernoot stammen vertonen een patroon van afschilferende stukken bast, waardoor de stam lijkt op de stam van de Plataan.
Je herkent de Okkernoot ook aan zijn oneven geveerde bladeren, die verspreid aan de takken en twijgen staan. De bladeren bestaan meestal uit 7 tot 9 deelblaadjes. Het hele, forse blad kan wel 30 cm groot worden. Als de bladeren van de boom vallen, zijn deze een bron van voedingsstoffen voor de bodem eronder.
De Okkernoot komt oorspronkelijk uit Centraal-Azië; Iran en India. Hij werd in Europa geïntroduceerd door de Grieken en Romeinen. In het oude Rome werden walnoten beschouwd als luxe voedsel, gereserveerd voor feesten en religieuze ceremonies.
De bloeiwijze van de Okkernoot bestaat uit aparte vrouwelijke en mannelijke bloemen, aan dezelfde boom. De boom is dus éénhuizig. De mannelijke bloemen zijn langwerpige groen gekleurde katjes. De vrouwelijke bloemen zijn kleine, flesvormige bloemen tot één cm. groot. Na bestuiving door de wind gaan de vruchten groeien. De groene vruchten, met vaak witte puntjes, hebben een 4 mm. dikke geelgroene vruchtwand en binnenin ontwikkelt zich de (eetbare) walnoot. Van de vruchtwand (schillen) krijg je vieze zwarte handen. Echter met diezelfde schillen geef je hout en textiel een mooie natuurkleur.
Walnoten zijn één van de oudste cultuurplanten. De oude Romeinen verbouwden overal in het land walnootbomen; de beste soorten werden uit Perzië geïmporteerd. Het was een delicatesse! Alleen rijke families konden zich de Perzische walnoten permitteren, want ze waren erg duur.
In de Griekse mythologie is de walnotenboom het symbool van de wijsheid.
Vandaag de dag wordt de walnoot over de hele wereld gewaardeerd om zijn hout, zijn noten en zijn symbolische uitstraling, die legendes en tradities combineren.
Vliegen en muggen
houden niet van walnoten / okkernoten, dus het is er in de zomermaanden heerlijk onder vertoeven, zonder dat je ‘lastig gevallen’ wordt of lek geprikt.
31. Robinia Acacia ge-ent
Als we het over de Acacia in Nederland hebben, bedoelen we meestal de Robinia pseudoacacia, oftewel valse Acacia. Botanisch gezien is de echte Acacia een geslacht van bomen en struiken uit warme streken, zoals Afrika en Australië. De Robinia komt oorspronkelijk uit Noord Amerika en werd hier in Europa ongeveer vier eeuwen geleden geïntroduceerd; hij behoort tot de vlinderbloemenfamilie.
De Acaciabomen die aan onze boulebaan staan zijn op twee meter geënt. Dit betekent dat twee verschillende plantendelen (in dit geval zijn er takken vastgemaakt op de onderstam) worden samengevoegd om vervolgens uit te groeien tot een nieuwe boom. Eens in de drie jaar worden ze geknot.
Zoals je ziet is de Acacia heel sierlijk en is veel te zien in het Nederlandse straatbeeld. De bladeren van deze boom zijn oneven geveerd met veel kleine, ovale blaadjes en als je goed kijkt zie je aan de takken okselbladdoorns, een soort steunblaadjes van de bladeren. De trossen witte bloemetjes, die een heerlijke geur verspreiden, zien we vaak wat later in het voorjaar en de vroege zomer. De vruchten zijn 5 tot 10 centimeter lange peulen die bij het rijpen donkergrijs worden en die tot laat in de winter aan de boom blijven hangen. Deze bevatten kleine, harde zaden. De stam is goed te herkennen aan de sterk en diep gegroefde schors. Vogels gebruiken deze diepe groeven om noten in vast te zetten zodat ze deze makkelijk kunnen openhakken met hun snavel.
De boom groeit snel; de maximale leeftijd ligt rond de 200 jaar.
De Acaciaboom is van grote betekenis voor de natuur. Insecten gebruiken de rijke nectar; denk bijvoorbeeld aan de bijen die op de bloemen van de Acacia vliegen en voor de acaciahoning zorgen. Insecten trekken weer vogels en kleine zoogdiertjes aan die de boom tevens als rust- en schuilplaats gebruiken.
In droge gebieden vormt de boom een onmisbare bron van leven, al zijn de zaden en peulen giftig bij opname. Dieren in het wild herkennen dit en laten de giftige delen links liggen; huisdieren en vee hebben hier meer moeite mee en kunnen heel ziek worden als ze van de boom eten.
De Acacia heeft een enorme kiemkracht; vanuit de wortels, die oppervlakkig en in de breedte groeien, komen razendsnel nieuwe boompjes op, waardoor de boom in het wild als invasief wordt beschouwd en bestreden. Tegelijkertijd wordt de boom als leverancier van milieuvriendelijk hout gezien, juist omdat hij zich zo makkelijk verspreidt, snel groeit en de bodem verrijkt. Het hout is hard en duurzaam en wordt veel gebruikt voor het maken van tuinmeubelen, speeltoestellen en sommige muziekinstrumenten, zoals de ouderwetse ukelele.
De mythologische en symbolische betekenis van de Acacia is die van onsterfelijkheid, wederopstanding en onverwoestbaarheid. Vandaar dat een takje van de Acacia vaak wordt gebruikt bij inwijdingen en uitvaartrituelen als teken dat de geest blijft voortbestaan.